Artsen van vier verschillende ziekenhuizen die tijdens corona op de intensive care werkten, zeggen tegen Nieuwsuur dat zij patiënten hebben geweigerd die zij onder normale omstandigheden wél hadden opgenomen. Verschillende huisartsen en verpleeghuisartsen zeggen bovendien dat zij minder patiënten doorstuurden naar het ziekenhuis. Tijdens de parlementaire coronaverhoren stelden sleutelfiguren, onder wie oud-premier Mark Rutte, de afgelopen weken dat Nederland nét geen 'code zwart' bereikte. Maar artsen noemen dat een "papieren werkelijkheid". Zij vinden dat dit benoemd moet worden in de enquête. Bij 'code zwart' zijn er meer patiënten dan bedden, en artsen moeten kiezen wie wel en geen plek krijgt. Dat zo'n scenario volgens het kabinet officieel niet plaatsvond, kwam volgens de artsen alleen doordat zij minder patiënten doorstuurden en opnamen. "Er was wél code zwart, alleen lagen ze hier niet voor de ziekenhuisdeur, doordat wij ze niet meer instuurden", zegt huisarts Jan Palmen uit Heerlen. "Die mensen zijn thuis overleden. Wie zegt dat het 'net geen code zwart' was, doet dat voor de bühne." '75-plussers namen we bijna niet meer op' "Niemand durft het hardop te zeggen, maar wij hadden op de ic de ongeschreven regel dat je een wel heel goede conditie moest hebben om als 75-plusser nog te worden toegelaten", zegt een ic-arts van een ziekenhuis in Zuid-Holland. Hij sprak met Nieuwsuur maar blijft anoniem, omdat het gesprek volgens de persvoorlichting "niet volgens de procedure" was. Het kabinet hamerde er tijdens corona voortdurend op dat ziekenhuizen niet mochten bezwijken. Artsen zeggen te hebben geanticipeerd op schaarste. Ic-arts Bernard Fikkers van het Radboudumc: "De ic's lagen vol. Je gaat scherpere keuzes maken dan je anders had gedaan." Dat beaamt Jan-Willem Sels van het Maastricht UMC+: "Oudere patiënten met meerdere aandoeningen, of patiënten waar je over twijfelde, die nam je veel minder snel op." Fikkers schat dat zijn ic-afdeling "enkele tientallen mensen" niet heeft opgenomen, "die anders wel waren opgenomen". Voormalig ic-hoofd Peter van der Voort (UMCG): "In de eerste golf hadden we bijna niemand ouder dan zeventig, want er waren al heel veel selecties gedaan door huisartsen en verpleeghuisartsen om patiënten niet eens naar het ziekenhuis te sturen." Een anonieme verpleeghuisarts uit Noord-Holland zegt: "Wij verpleeghuisartsen deden er zelf ook aan mee; we stuurden minder mensen door. We voelden de angst voor een beddentekort." Huisarts Adrie Evertse zegt dat hij door de dreigende schaarste minder mensen doorstuurde dan anders. Ziekenhuizen in zijn regio lieten ook minder mensen toe, zegt hij. 'Honderden doden door schaarste' Geriater Marcel Olde Rikkert, voorzitter van de commissie 'code zwart' van het Radboudumc, benadrukt dat voor een deel van de niet-toegelaten ouderen een ic-behandeling geen redding was geweest. "De kans op herstel was klein en de behandeling is zwaar." Toch schat hij dat landelijk zeker enkele honderden ouderen wél gered hadden kunnen worden met een ic-plek, maar die niet kregen - en buiten het ziekenhuis zijn gestorven. En het gaat niet alleen om oudere coronapatiënten. Van der Voort: "We namen bijvoorbeeld geen mensen meer op die een slechte afweer hadden, bijvoorbeeld als gevolg van een kankerbehandeling of transplantatie." Hoogleraar Loek Leenen, destijds traumachirurg bij het UMC Utrecht, kreeg voor diverse acute patiënten geen ic-bed, bijvoorbeeld voor verkeersslachtoffers met zwaar hersenletsel. Hij deed landelijk onderzoek en constateert dat in de eerste golf zo'n zestig ernstig gewonde patiënten zijn overleden doordat zij geen ic-bed kregen. Over de hele pandemie schat Leenen dat het om 200 tot 300 patiënten gaat. "Zij kregen niet de levensreddende zorg die ze nodig hadden. Coronapatiënten gingen altijd voor. Het was hier elke dag code zwart vanwege de schaarste." Nederlandse aanpak Nederland koos in de pandemie voor een strategie van 'maximaal controleren'. Besmettingen mochten hoog oplopen, en pas als de ziekenhuizen vol dreigden te lopen, greep het kabinet in. Het ministerie van Volksgezondheid hanteerde daarbij een beperkte definitie van code zwart: daar was pas sprake van als alle ic-bedden vol lagen, ook een deel in Duitsland, en artsen niet meer op medische gronden konden kiezen, maar bijvoorbeeld moesten loten. Dit heette 'fase 3c'. Nederland kwam volgens het ministerie nooit verder dan 'fase 2d'. Doordat het ministerie nooit code zwart uitriep, kwam de verantwoordelijkheid voor het maken van moeilijke keuzes dagelijks op de schouders van de artsen te liggen, zeggen die. Van der Voort: "Het drukt nog altijd zwaar op het geweten van zorgprofessionals. Als het ministerie code zwart had afgekondigd, had ons dat rugdekking gegeven bij de lastige familiegesprekken. Maar de schaarste werd nooit expliciet gemaakt of erkend." Wijzen naar Italië Tijdens de coronaverhoren wordt Italië geregeld opgevoerd als schrikbeeld. Voormalig RIVM-baas Jaap van Dissel wees op beelden uit Bergamo, waar het "totaal misging": patiënten stonden "voor de deur van het ziekenhuis" en "konden niet worden geholpen". Een "Bergamo-situatie", met niet genoeg bedden voor alle patiënten, bleef Nederland volgens toenmalig zorgminister Tamara van Ark bespaard. "Code zwart hebben we gelukkig niet bereikt", zei ze. Oud-premier Rutte noemde code zwart een "ramp van niet te beschrijven omvang", maar zei dat het "uiteindelijk allemaal net gelukt" is. Artsen bestrijden dit beeld. Als alle patiënten die zij gewoonlijk een ic-bed hadden gegeven waren opgenomen, was er volgens hen meermaals sprake geweest van code zwart. Huisarts Esther Palmen: "Als je dit drama niet benoemt zoals het is, kun je er geen lessen uit trekken voor de toekomst." Ook geriater Olde Rikkert vindt dat in de enquête benoemd moet worden "wat feitelijk gespeeld heeft" in plaats van "wat er net niet" gespeeld heeft. "We moeten van deze pijn leren en zorgen dat dit zich niet meer kan herhalen." Het ministerie wil tijdens de enquête niet ingaan op vragen over corona.