Het blijft voorlopig nog onduidelijk hoe er vanaf 2028 belasting wordt geheven op spaargeld, beleggen en vastgoed, de zogeheten box 3-regeling. De politiek praat al jaren over een nieuwe wet en inmiddels is de Tweede Kamer akkoord. In een uiterste poging om de wet ook door de Eerste Kamer te loodsen, is de stemming uitgesteld, naar verwachting tot na de zomer. Staatssecretaris Eerenberg (Financiën, D66) kan daardoor opgelucht ademhalen. Het zag ernaar uit dat zijn wet in de Eerste Kamer geen meerderheid zou halen, zelfs de coalitiepartijen VVD en CDA dreigden tegen te stemmen. Nu heeft Eerenberg tijd gekregen om met een nieuw plan te komen, waarin een aantal pijnpunten uit het huidige wetsvoorstel worden opgelost. Politiek compromis Het wetsvoorstel is een politiek compromis tussen twee manieren van belastingheffing: over het rendement op spaargeld en beleggingen betaal je elk jaar belasting (vermogensaanwasbelasting), terwijl je op een tweede woning of aandelen in startende ondernemingen pas bij verkoop afrekent met de Belastingdienst (vermogenswinstbelasting). Vooral de vermogensaanwasbelasting is veel politieke partijen een doorn in het oog. Daardoor moeten beleggers ook belasting betalen als de winst nog 'vastzit' in aandelen. Een meerderheid van de partijen is daarom voorstander van volledige vermogenswinstbelasting, waarmee beleggers pas betalen op het moment dat ze de aandelen verkopen. Al jaren veel discussie over box 3 De Belastingdienst gebruikte lange tijd één geschat, fictief rendement voor iedereen, maar de Hoge Raad zette in 2021 een streep door die methode. Sindsdien is de politiek op zoek naar een manier om belasting te heffen op het werkelijke rendement van vermogen. Op die zoektocht ligt een flinke tijdsdruk, omdat er nu tijdelijk op een andere manier belasting wordt geheven in box 3. Daardoor krijgt de staatskas 2,4 miljard euro per jaar minder binnen dan gepland. Onder dit alles ligt de fundamentele discussie over hoe vermogen op een eerlijke manier te belasten. Partijen als Pro en ook D66 voelen meer voor een vermogensaanwasbelasting. Partijen als VVD, CDA, PVV, BBB en JA21 zijn voor een volledige vermogenswinstbelasting. Mede doordat de ict-systemen van de Belastingdienst volgens het kabinet nog geen volledige winstbelasting kunnen bolwerken, stemde de Tweede Kamer met tegenzin in met de wet die nu voorligt. Het kabinet beloofde wel om intussen te werken aan een plan voor volledige vermogenswinstbelasting. Andere voorstellen Toch groeide de afgelopen maanden de weerstand tegen het compromis. Ook minister Heinen (Financiën) zag het niet meer zitten. Staatssecretaris Eerenberg heeft daarom een aantal voorstellen op tafel gelegd om aan de kritiek tegemoet te komen. Een optie is bijvoorbeeld om beleggers verliezen te laten verrekenen met winsten in een ander jaar. De Tweede Kamer gaat nu weer naar de nieuwe voorstellen kijken. Die kunnen dan eventueel via een novelle (een aanvulling op de wet) naar de Eerste Kamer worden gestuurd. Dat alles is reden voor de senatoren om nu nog niet over de huidige wet te stemmen. Zij willen eerst bekijken wat er verandert en hoe dat betaald gaat worden. "Het moet duidelijk zijn welk voorstel wij beoordelen", zegt VVD-senator Marjolein van der Linden. "Wij zijn nog steeds hoopvol dat de staatssecretaris met een oplossing komt." Pro is het daar mee eens. "Je stemt over het totaalpakket", vindt Pro-senator Ferd Crone. Meer op Prinsjesdag Meerdere senatoren vinden dat het proces rond de wet te chaotisch verloopt. "Het feit dat we hier een wet aan het behandelen zijn waarvan we al maanden weten dat die significant gewijzigd gaat worden op initiatief van de indiener zelf, is een gotspe", zegt bijvoorbeeld BBB-senator Bart Kroon. De verwachting is dat in het najaar de spanning rond box 3 opnieuw zal stijgen. Op Prinsjesdag wordt bekend welke wijzigingen het kabinet wil doorvoeren. Daarna zal duidelijk worden of de Eerste en Tweede Kamer die goed genoeg vinden. Duidelijk is dat het prijskaartje dat aan al die aanpassingen hangt hoog is; het gaat al snel om miljarden. Volgens de richtlijnen van het kabinet moet de dekking daarvoor ook weer op de begroting van Financiën gevonden worden, bijvoorbeeld door andere belastingen te verhogen.