Het kabinet komt met een plan om mbo-scholen in krimpregio's te behouden. Daarin staat dat mbo's aan de randen van Nederland straks extra geld krijgen om open te kunnen blijven. Dat geld is afkomstig van mbo-scholen in de rest van het land, die er daardoor iets op achteruitgaan. Al jaren daalt het aantal studenten in het mbo, vooral doordat er minder jongeren zijn dan vroeger. In sommige regio's daalt het aantal studenten tot 2040 met maar liefst een kwart. Dat leidt op zo'n tien mbo-scholen tot problemen, doordat ze betaald krijgen per student. Zij dreigen al langer locaties te moeten sluiten. "We gaan zorgen dat de mbo-instellingen in de krimpregio's overeind blijven. Omdat je ook in die regio's een volwaardig mbo-aanbod wil hebben", zegt minister Letschert (D66) van Onderwijs. "Je moet er niet aan denken dat studenten uit die regio's wegtrekken en er door een gebrek aan onderwijs nooit meer terugkeren." Volgens het plan krijgen scholen straks minder betaald per leerling, maar komt daar een vast bedrag per school voor terug. Dat moet concurrentie tussen scholen tegengaan. Voor mbo's in krimpregio's komt daar een extra bedrag bovenop, de zogeheten toegankelijkheidstoeslag. Het gaat om mbo's in deze gebieden: Het plan is goed nieuws voor onder meer het ROC Scalda, een mbo-opleider in Zeeland. De school heeft verschillende locaties in de provincie, ook op plekken waar relatief weinig mensen wonen. "Het plan betekent voor ons dat we opleidingen kunnen openhouden die noodzakelijk zijn voor onze provincie", zegt bestuurder Kees Nieuwenhuijse. 3500 studenten minder "Zeeland is al lang een krimpregio, in de afgelopen tien jaar hebben we bijvoorbeeld zo'n 3500 studenten minder gekregen", vult hij aan. Volgens Nieuwenhuijse was dat verdeeld over de verschillende locaties en opleidingen van het ROC. Al jaren lukt het de school maar net om het hoofd financieel boven water te houden. "Met een afname van het aantal studenten zie je meteen verschraling. In het begin los je dat op door de 'kaasschaafmethode', overal een beetje minder geld. Maar op een gegeven moment werkt dat niet meer, in die situatie zaten wij." "Praktisch gezien zou dat hebben kunnen betekenen dat we opleidingen hadden moeten sluiten. Als wij bijvoorbeeld de tegelzettersopleiding in Zeeland niet meer aanbieden, heb je over een paar jaar in heel Zeeland geen tegelzetters meer", legt Nieuwenhuijse uit. Door dit nieuwe plan - en eerdere bijdragen van het ministerie - hoeft dat dus niet. "Jarenlang keken we of we ons onderwijs compacter konden maken, met minder locaties", zegt Nieuwenhuijse. "Maar dan merk je dat de reistijd heel lang wordt. Terwijl mbo-studenten het fijn vinden om meer nabij en in de praktijk te worden opgeleid", vertelt de onderwijsbestuurder. Dat beaamt de 21-jarige student Aron. "Ik hoor verhalen van vrienden van de middelbare die helemaal naar Breda moesten voor een opleiding. Sommigen zijn zelfs richting Delft of Rotterdam gegaan. Het voordeel voor mij is dat ik maar 5 minuten hoef te fietsen om hier aanwezig te zijn." Dat mbo-onderwijs nu ook voor de lange termijn veiliggesteld lijkt in Zeeland vinden studenten goed. "Ik denk dat je daardoor ook veel meer van je werknemers behoudt. Want je leidt je studenten toch in de buurt op waardoor ze ook sneller een baan in de buurt gaan krijgen", vertelt de 18-jarige student Roel. Minder geld voor de Randstad De MBO Raad, die opkomt voor het middelbaar beroepsonderwijs, heeft meegepraat over de totstandkoming van de nieuwe plannen van het kabinet. Een woordvoerder laat weten dat de raad "niet ontevreden" is. "Omdat het om een herverdeling van geld gaat, betekent het wel dat scholen in bijvoorbeeld de Randstad minder geld krijgen. Daar zit wel een zorg voor ons." Volgens voorspellingen van het ministerie verschuift er ongeveer 66 miljoen euro van scholen in de rest van het land naar de krimpregio's. De scholen die bijdragen, leveren gemiddeld 1,5 procent van hun budget in, met enkele uitschieters van 4 procent. Toch is de MBO Raad overwegend positief. "Het is heel goed dat mbo's in krimpregio's nu opleidingen in stand kunnen houden. Ook scholen in niet-krimpregio's hebben met het plan ingestemd, het is dus wel breedgedragen. We zien de noodzaak om solidair te zijn." De Tweede Kamer en Eerste Kamer moeten het plan nog goedkeuren. Als dat lukt, hoopt het ministerie het in 2029 in te voeren.