"Ieder voor zich, zo werkt het echt niet." Hugo de Jonge is tijdens een persconferentie in het voorjaar van 2020 duidelijk. Hij haalt publiekelijk uit naar Buurtzorg-bestuurder Jos de Blok. Die heeft in een krant verteld dat hij zijn thuiszorgmedewerkers uit voorzorg mondmaskers laat dragen. In de persconferentie zegt De Jonge te betwijfelen of het handelen van De Blok "verstandig" is. Het preventief dragen van mondmaskers is volgens het RIVM "niet nodig", en wie ze tóch gebruikt doet dat volgens De Jonge ten koste van een ander. Uit nieuw vrijgegeven e-mails blijkt dat De Jonge dit doet na een verzoek van Conny Helder. Zij is op dat moment bestuurslid van Actiz, branchevereniging voor werkgevers in de ouderenzorg. Later wordt zij minister voor Langdurige Zorg. Helder schreef De Jonge op 15 april 2020 dat zorgorganisaties, zoals Buurtzorg, "sterk de neiging" hadden om "preventief, altijd en overal" mondmaskers te gebruiken. Ze vraagt De Jonge "in het kader van verzoeknummers voor de persconferentie" om expliciet te zeggen dat dit "bewezen zinloos" is. Een bewering zonder wetenschappelijke onderbouwing. Ook zegt Helder dat het "goed, of zelfs nodig" is als De Jonge thuiszorgorganisatie Buurtzorg "als invloedrijke partij" zou "aanspreken" op "haar mediacampagne" vóór preventief gebruik van mondmaskers. Daarop vraagt De Jonge zijn ambtenaren of er iets van Helders verzoek "te honoreren" is, en spreekt hij De Blok tijdens zijn persconferentie aan, in reactie op een vraag. Het verzoek kwam op een cruciaal moment. Corona greep om zich heen in verpleeghuizen, en veel patiënten overleden. Ongeacht de wereldwijde schaarste, kregen medewerkers in Duitse verpleeghuizen het advies om preventief mondmaskers te dragen bij álle ouderen. 'Schokkend en schandalig' In Nederland bepaalden de RIVM-richtlijnen dat mondmaskers alleen nodig waren bij patiënten met een coronaverdenking. En als zorgmedewerkers "vluchtig contact" hadden met een "hoestende, niezende coronapatiënt" zouden mondmaskers ook niet nodig zijn. Tijdens de eerste golf voelden zorgmedewerkers zich schuldig, omdat ze mensen hadden verzorgd zonder bescherming, die later overleden. "Als jij het gevoel krijgt: 'Ik ben degene geweest die een bewoner besmet heeft en die overlijdt', dan zit je met een schuldgevoel, ook al heb je dat onbewust gedaan", zegt oud-verpleegkundige Ineke Kleinjan. "Ik weet dat collega's dit hebben gedacht." De RIVM-richtlijnen waren volgens De Jonge niet gebaseerd op schaarste, maar op veiligheid. Een aantal organisaties, waaronder thuiszorgorganisatie Buurtzorg, vond het desondanks onverantwoord om medewerkers tijdens het hoogtepunt van de pandemie onbeschermd met kwetsbare ouderen te laten werken. Zij weken af van de richtlijnen en kochten zelf mondmaskers in voor hun personeel. De Blok reageert op de nu vrijgegeven stukken. De actie van Actiz noemt hij "schokkend en schandalig". "Bijna een vorm van corruptie. Je macht gebruiken om een partij aan te pakken." De opmerkingen van De Jonge hadden volgens hem "duidelijk heel veel impact" op collega-bestuurders, die daarna eerder afzagen van preventief mondmaskergebruik. Hij noemt dat "buitengewoon kwalijk". 'Wist ik op dat moment niet' Conny Helder, nu voorzitter van de Raad van Toezicht van het OLVG, laat weten dat Actiz het op dat moment geldende advies van het OMT volgde. Zij vond het uit voorzorg gebruiken van mondmaskers "niet verdedigbaar" gezien de "grote tekorten". Wel zegt ze dat ze haar uitspraken achteraf minder stellig had moeten formuleren. Het was niet "bewezen zinloos" om uit voorzorg mondmaskers te dragen, maar de "toegevoegde waarde" was nog niet bewezen. Dat die waarde er later wél bleek te zijn, "wist ik op dat moment niet", zegt ze tegen Nieuwsuur. Hugo de Jonge wil niet reageren. Hij zegt zijn verhaal te gaan doen bij de enquêtecommissie. Actiz laat weten dat de ouderenzorg tijdens corona onder "uitzonderlijke druk" stond. De mail van Helder moet worden gezien "in die context en fase van de pandemie" en het "voortdurende verzoek" om helderheid over de richtlijnen. Schijnveiligheid In de loop van april 2020 verdween de mondkapjesschaarste, maar de richtlijnen werden niet aangepast. Het RIVM, verschillende ministers en Actiz voerden toen een ander argument aan tégen het uit voorzorg dragen van mondmaskers: dit zou tot "schijnveiligheid" leiden. Zorgmedewerkers zouden andere hygiënemaatregelen dan minder naleven. Voor dit argument bleek geen wetenschappelijke basis te bestaan, en later evenmin. Eind september 2020, ruim een half jaar na de start van de pandemie, adviseerde het OMT dat het in verpleeghuizen toch wél nodig was om uit voorzorg mondmaskers te dragen. In 2022 onthulde Nieuwsuur dat ambtenaren van het ministerie op 14 april 2020 een zin hadden laten toevoegen aan het OMT-advies en aan de RIVM-richtlijnen. Een zin die preventief mondmaskergebruik ontraadde. Voorzitter van het eerste OVV-rapport Jeroen Dijsselbloem noemde het een "pijnlijke illustratie" van zijn bevindingen. "Dat er een totale rolvermenging was tussen de wetenschappelijke adviezen en de besluitvorming." De Vereniging van Verpleegkundigen en Verzorgenden eiste hierna excuses van de overheid voor zorgmedewerkers die ziek waren geworden. De vereniging zegt nu tegen Nieuwsuur dat die excuses nog altijd niet geboden zijn, maar de eis nog staat.