Kamermeerderheid wil onderzoek naar wettelijke grens privédonaties zaaddonoren

Wait 5 sec.

Minister Sophie Hermans van Volksgezondheid moet opnieuw gaan kijken of en hoe de regering kan ingrijpen bij spermadonoren die zoveel mogelijk kinderen proberen te verwekken. Voorgangers van de minister vonden dit de afgelopen jaren juridisch onhaalbaar, maar de Tweede Kamer wil dat Hermans dit opnieuw bekijkt. "We willen dat in de discussie over massadonoren de belangen van donorkinderen meer worden vooropgesteld", zegt Tweede Kamerlid André Poortman (CDA). Met coalitiegenoten VVD en D66 diende hij de motie in die minister Hermans oproept te onderzoeken of een wettelijke grens kan worden gesteld aan massadonatie in de privésfeer. De motie werd vandaag met brede steun aangenomen in de Tweede Kamer. Alleen de SGP stemde niet voor. Afgelopen zomer berichtte Nieuwsuur over een Nederlandse massadonor, Simon, die naar eigen zeggen bijna tweehonderd kinderen heeft verwekt door zich in de privésfeer en via klinieken aan te bieden als donor. Hij kwam in beeld doordat verschillende betrokken moeders elkaar vonden en er zo achterkwamen dat Simon had gelogen over hoeveel kinderen hij heeft. Hij zei tegen de vrouwen dat hij absoluut tegen massadonotie was. Het ministerie van Volksgezondheid (VWS) wist al jaren dat Simon massadonor was, meer deed niets met die informatie. Vorige maand schreef Hermans in een Kamerbrief dat ze het betreurt dat ouders bijna tien jaar lang in onwetendheid en onzekerheid hebben verkeerd. Privédonatie Sinds 1 april vorig jaar zijn in het landelijk register gegevens van wensmoeders en spermadonoren van alle klinieken gekoppeld. Donoren mogen voor maximaal twaalf gezinnen worden ingezet via een kliniek. Maar wat zaaddonoren buiten de kliniek doen, bijvoorbeeld door zich via fora op internet aan te bieden als privédonor, is onbekend. Het is niet voor het eerst dat de Kamer actie eist van de minister om massadonatie tegen te gaan. In 2023 kreeg een soortgelijke motie van toenmalig Kamerlid Corinne Ellemeet (GroenLinks) al brede steun. Maar volgens toenmalig minister Pia Dijkstra (D66) zou een maximum stellen "een vorm van geboortebeperking zijn die diep ingrijpt op de persoonlijke levenssfeer van betrokkenen". Bovendien: hoe controleer je zo'n verbod, en kan de overheid dat wel handhaven? Ook minister Hermans zag tot voor kort weinig in een wettelijk maximum voor privédonaties. Wensouders zouden vooral zelf verantwoordelijk zijn voor goede afspraken met de spermadonor. "Donaties in de privésfeer vallen buiten de reikwijdte van de wet en buiten het zicht van de overheid en klinieken", aldus Hermans eind september in een brief aan de Tweede Kamer. Toch gaf Hermans aan opnieuw te willen zoeken naar wat er wel kan, zo zei ze twee weken geleden tijdens een debat over massadonoren. Maar ze temperde ook de verwachtingen. "Ik wil ook het eerlijke verhaal vertellen, namelijk dat het lastig is om in te grijpen in die privésfeer." 'Tijd voor actie' Voor Kamerlid Lisa Vliegenthart (Pro) gaat de oproep tot een onderzoek door de minister niet ver genoeg. "Iedere keer als er een nieuwe massadonor aan het licht komt, zegt de Kamer: 'dit nooit meer'. In plaats van nu weer een nieuw onderzoek, is het echt tijd voor actie", aldus Vliegenthart. Zij wil dat de minister direct met een wetsvoorstel komt, dat rekening houdt met de zogeheten "reproductieve vrijheid" en privacy van wensouders. CDA'er Poortman erkent dat ook hij liever verder zou gaan. "Onderzoek is een eerste stap. Ik wil niet het onmogelijke vragen van de minister door meteen een wet te verwachten. Maar het is duidelijk dat het niet bij onderzoek kan blijven." Over welke mogelijkheden hij dan wel ziet, wil Poortman nog niet teveel zeggen. "Ik wil de minister niet vastpinnen op iets. Maar je kunt denken aan registratie van spermadonatie in de privésfeer. Daarmee geef je wensouders in een kwetsbare positie meer handvatten. Hun belangen en vooral die van donorkinderen moeten zwaarder wegen dan de privacy van donoren." Vast aanspreekpunt Er is ook een Kamermeerderheid voor een motie die oproept tot het opzetten van een "landelijke ondersteuningsroute" voor donorkinderen en ouders. Daarbij moet onder andere een vast aanspreekpunt komen voor betrokkenen en "passende psychosociale begeleiding".