Elco Brinkman, die op 78-jarige leeftijd overleed, gaat de geschiedenis in als de man onder wie het CDA zijn vanzelfsprekende machtspositie verloor. Met Brinkman als lijsttrekker ging het CDA bij de verkiezingen van 1994 van 54 naar 34 zetels, waarna hij ook de formatie verloor en het CDA voor het eerst in zijn bestaan in de oppositie belandde. Die uitkomst was zeker niet voorzien toen premier en CDA-leider Lubbers Brinkman aanwees als zijn opvolger. Brinkman gold toen als een wonderboy en een moderne christendemocraat met wie het CDA klaar zou zijn voor de 21ste eeuw. Het ging mis doordat Brinkman een rechtse koers uitzette die hem in conflict bracht met Lubbers en die een groot deel van de kiezers van de partij vervreemdde. Brinkman overleed na een kort ziekbed, zo maakte zijn familie bekend: Brinkman groeide op in het streng-christelijke Hardinxveld-Giessendam in de Alblasserwaard, waar zijn gereformeerde vader burgemeester was. De zoon gold al vroeg als veelbelovend en ambitieus. Nadat hij zijn studies politicologie en staatsrecht had afgerond, ging hij werken bij het ministerie van Binnenlandse Zaken, waar hij snel opklom. Onder minister en VVD-leider Hans Wiegel werd hij directeur-generaal, de op een na hoogste functie op het ministerie. Brinkman was in 1975 als een van de eersten direct lid geworden van het CDA, toen nog een samenwerkingsverband van de katholieke KVP, de gereformeerde ARP en de hervormde CHU. Tegen Wiegel gaf hij onverbloemd blijk van zijn politieke ambitie. Toen Wiegel vroeg wat hij wilde bereiken, zei hij: "Jouw stoel". Die ambitie om minister te worden, werd al snel vervuld. Wiegel had grote waardering voor zijn jonge topambtenaar en beval hem aan bij CDA-leider Lubbers, die de pas 34-jarige Brinkman in 1982 in zijn eerste kabinet minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur maakte. Hij gold direct als 'de kroonprins' van Lubbers: als iemand zo vroeg werd geroepen tot het ministerschap, dan moest hij wel heel goed zijn. Energieke doener Brinkman kwam bekend te staan als een energieke doener, die met zijn strakke pakken en goed verzorgde uiterlijk prima paste in de moderne tijd, maar werd tegelijk ook - in linkse kring, dat wel - gezien als een kleinburgerlijke moralist, die terugverlangde naar de jaren vijftig, toen respect voor gezagsdragers nog vanzelfsprekend was. Hij werd mikpunt van hoon en spot toen hij in 1985 de PC Hooftprijs weigerde toe te kennen aan Hugo Brandt Corstius. De reden was dat de omstreden auteur als columnist op de voorpagina van de Volkskrant (onder het pseudoniem Stoker) geregeld ministers en andere groepen en personen grof beledigde; zo had hij minister van Financiën Ruding 'de Eichmann van deze tijd' genoemd. Critici van Brinkman zeiden dat de vrijheid van meningsuiting juist ook het recht inhield om te beledigen en om onwelgevallige standpunten in te nemen. Achteraf is het mogelijk begrip voor Brinkman te hebben. De voordracht was duidelijk ook bedoeld om te provoceren, en de minister had toen nog de ruimte van de voordracht af te wijken. Kroonprins De affaire verhinderde niet dat Brinkman ook in het tweede kabinet-Lubbers minister van WVC werd en toen Lubbers in 1989 zijn derde kabinet vormde fractievoorzitter van het CDA in de Tweede Kamer. Kort daarna wees Lubbers Brinkman als zijn opvolger aan. In het kerstnummer van Elsevier zei Lubbers dat hij er "uit oogpunt van gezondheid en democratie" toch ooit mee zou moeten stoppen. Dat was geen probleem, vervolgde de premier, want er stond al een kroonprins klaar: Elco Brinkman. In 1992 en 1993 herhaalde hij dat nog eens. Van inspraak van de achterban was in die jaren geen sprake. Brinkman-shuffle Het ging echter mis met de kroonprins. Allereerst ging het niet goed met zijn imago. Brinkman was geen onknappe en ook geen onaardige man, maar had met zijn priemende ogen en zijn nasale, doordringende stemgeluid ook een koude uitstraling. Op advies van zijn persoonlijk voorlichter Frits Wester begon hij zich een stijl aan te meten die hem een beter imago en zelfs een zekere sterallure moest geven. Daarbij hoorde dat hij speechte uit het hoofd en niet van achter een spreekgestoelte, maar heen en weer lopend, iets wat bekend kwam te staan als de 'Brinkman-shuffle'. Het was opvallend, maar werkte niet echt, ook omdat achter de vlotte moderne man toch ook altijd iets van de gereformeerde jongen uit de provincie zichtbaar bleef. Ernstiger, en uiteindelijk fataal, was dat hij zich begon af te zetten tegen de koers van het derde kabinet-Lubbers, waarin het CDA met de PvdA regeerde. Hij verweet het kabinet voortdurend stroperigheid en gebrek aan daadkracht en bepleitte een harde rechtse, neoliberale koers. Hij deed dat bijvoorbeeld toen hij in 1992, wederom op advies van Wester, vergezeld door de halve parlementaire pers naar Texel toog en daar zei dat het afgelopen moest zijn met het slappe beleid van 'pappen en nathouden'. "Het speelkwartier is voorbij", zei de jonge man tegen de veel oudere premier; een frase die Wester hem had ingefluisterd. Bijna een jaar later sloot Brinkman een akkoord met oppositiepartij VVD over een harde ingreep in de WAO, maar Lubbers, die Brinkman zijn gang had laten gaan om coalitiegenoot PvdA onder druk te zetten, trof het met een veto. Brinkman legde zich erbij neer, wat van links tot rechts tot honende commentaren in de pers leidde. Het beeld was dat Brinkman zich door Lubbers als een jongen had laten wegzetten en als het erop aankwam niet hard genoeg was voor de absolute top. Hoewel Lubbers inmiddels al heel wat minder enthousiast was over zijn beoogde opvolger, werd deze kort daarna, ruim een jaar voor de verkiezingen, aangewezen als lijsttrekker. Historische verkiezingsnederlaag In de verkiezingscampagne oogde Brinkman uiterst gespannen en uit peilingen bleek dat het vertrouwen in hem bijzonder laag was. Zijn harde toon over de uitkeringen viel al langer slecht bij een deel van de CDA-achterban. Nu zei hij ook nog eens dat ook de AOW moest worden bevroren. De nekslag kwam vijf dagen voor de verkiezingen toen Lubbers zei dat hij niet op de nummer 1 van de CDA-lijst zou gaan stemmen, Elco Brinkman, maar op de nummer 3, Ernst Hirsch Ballin. "Dat vindt Elco vast niet erg." Het CDA verloor op 3 mei 1994 20 zetels en de PvdA werd de grootste partij. In de formatie zette Brinkman zichzelf buitenspel door zich nog rechtser op te stellen dan VVD-leider Frits Bolkestein. Het gevolg was dat het CDA voor het eerst in de oppositie kwam. Invloedrijk Brinkman was na zijn politieke carrière onder meer voorzitter van Bouwend Nederland en bestuursvoorzitter van het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds. Steevast stond hij hoog op de lijstjes van de invloedrijkste Nederlanders. In 1998 werd de ziekte non-hodgkin bij hem geconstateerd. Hij herstelde hiervan, maar in 2002 werd opnieuw kanker vastgesteld, ditmaal aan zijn speekselklieren. Opnieuw krabbelde hij op. Zelfreflectie In 2011 maakte hij een comeback in politiek Den Haag. Het CDA vroeg hem om fractievoorzitter in de Eerste Kamer te worden, wat hij bleef tot 2019. In dat jaar publiceerde hij ook zijn memoires. In 500 pagina's schreef hij dat hij 45 jaar lang zijn "billen blauw had vergaderd", maar veel zelfreflectie toonde hij in dit vrijwel onleesbare boek niet. Over het dramatische jaar 1994 had hij weinig te melden, al suggereerde hij dat hij zich in de steek gelaten had gevoeld door Lubbers en dat hij had geleden. Maar op zijn eigen rol in het drama ging hij niet in. Alles bijeen valt het oordeel dat Bolkestein aan het begin van het voor Brinkman dramatische jaar 1994 over hem gaf, de tragiek goed samen. Gevraagd of de VVD onder CDA-premier Brinkman zou kunnen werken, zei Bolkestein: "Ik heb hem leren kennen als een aardige man, maar ook als iemand die niet hard genoeg is om politiek leider te zijn."