Over 62 dagen, op woensdag 18 maart, zijn er weer verkiezingen. Dan mogen bijna veertien miljoen kiesgerechtigden stemmen voor de gemeenteraad. Tussen deze en de laatste verkiezingen in oktober zit weinig tijd. Toch heeft het ministerie van Binnenlandse Zaken een evaluatie gemaakt, ook over het experiment met het kleinere stembiljet. De Tweede Kamer besprak die vandaag met demissionair minister Rijkaart (BBB). De overheid wil bij de gemeenteraadsverkiezingen in nog meer gemeenten experimenteren met het nieuwe, kleinere stembiljet. De kiezers in Alphen aan den Rijn, Boekel, Gouda, Leiden, Meierijstad, Midden-Delfland, Nijmegen, Noordoostpolder, 's-Hertogenbosch, Soest en Tynaarlo doen dan mee. Het experiment in vijf gemeenten bij de afgelopen Tweede Kamerverkiezingen is goed verlopen, zegt de minister. 0,47 procent van de stemmen was ongeldig, dat zijn ongeveer vijftigduizend stemmen. Een daling ten opzichte van de eerste keer. Toen was 0,74 procent van de stemmen ongeldig. Minder fouten bij 'oude' stembiljet De Tweede Kamer vindt het foutenpercentage nog steeds aan de hoge kant. Zeker omdat tijdens de experimenteerfase stemmen geldig worden geacht terwijl ze eigenlijk ongeldig zijn. Ter vergelijking: in de gemeenten waar met het 'oude' stembiljet werd gestemd was het aantal ongeldige stemmen nog lager: 0,26 procent. Als een kiezer op het nieuwe biljet wel de witte stip bij een partijnummer rood maakt, maar vergeet de witte stip bij een kandidaatnummer rood te maken, dan telt de stem toch. De stem gaat dan naar de lijsttrekker van die partij. Dat is vastgelegd in het Tijdelijk experimentenbesluit nieuwe stembiljetten. BBB-Kamerlid Vermeer vindt dat vreemd, omdat de kieswet in Nederland juist uitgaat van individuen die een Kamerzetel krijgen en niet een partij. Maar zo is het nu eenmaal afgesproken in de experimenteerfase, zegt de minister. Met het nieuwe stembiljet maak je eerst het rondje rood voor de partij: En vervolgens het rondje voor het nummer van de kandidaat van die partij: Vermeer wil weten welke kiezers de fouten maken en waar dat aan ligt. Ook Kamerlid Van Baarle van Denk wil weten of het nieuwe biljet wel wetenschappelijk is getest op begrijpelijkheid voor alle opleidings- en vaardigheidsniveaus. Ook hij vindt het foutenpercentage nog erg hoog. De minister zegt dat het door het stemgeheim onmogelijk is om er achter te komen wat de kenmerken van de kiezers zijn die de fout maakten. Wel is uit tests gebleken dat mensen met een beperking erg tevreden zijn met het nieuwe biljet. Ook zijn de kosten voor het maken van de stemmallen, een hulpmiddel voor blinde en slechtziende kiezers, veel lager met het nieuwe biljet. Werkdruk stembureaus Dat vindt Van Baarle geen argument. "Democratische verkiezingen mogen wat kosten", vindt hij. De minister zegt dat er meerdere voordelen aan het nieuwe stembiljet zitten, zoals ook de werkdruk op het stembureaus. Hij stuurt nog een uitgebreidere evaluatie en de voorgaande onderzoeken over het kleinere stembiljet naar de Kamer. Over het definitief invoeren van het kleinere stembiljet wordt in ieder geval pas na de gemeenteraadsverkiezingen een besluit genomen. Hoe de experimenten daar verlopen, speelt een belangrijke rol bij dat besluit.